Bij het openen van het vijfde zegel kan het ondergegane beeld van het paard, het symbool voor de menselijke intelligentie, niet langer het thema zijn, aldus Steiner op 24 juni 1908. De Christus impuls is in het midden van de Na-atlantische tijdperk aan de mens gegeven en de mens moest zijn keus maken. In plaats van het paard komt het symbool van het witte kleed, het vanuit de goddelijke Ik-kracht met liefde verbonden verstand, de gereinigde ziel, die de tegenkrachten heeft overwonnen in zichzelf en wordt gevonden bij de gestorven martelaren. Bij het openen van de eerste vier zegels is getoond wat er met de mensen zal gebeuren die zich hebben vast geklonken aan de steeds grover worden materiële zaken, waardoor zij in de afgrond storten van het weer dierlijk worden. Zij hebben hun gave van het verstand alleen voor materiële zaken gebruikt. Maar de mensen die hun verstand in onze vijfde cultuurperiode van Sardis wel hebben gepaard aan spiritualiteit, zij zullen in het komende Zegeltijdperk bewaard worden om later de vergeestelijking van de wereld mee te maken. Zij worden de verzegelden die geen slaaf van hun intelligentie zijn geworden waarin hun persoonlijkheid zou ondergaan. Zij dragen de witte klederen, het omhulsel van het gereinigde denken en van de onsterfelijkheid. Hen wacht een verdere opgang samen met de in de toekomst weer vergeestelijkende aarde.

Passief en actief denken

Kovacs (p.88-92) vat Rudolf Steines uitleg over de vier ruiters die bij het openen van de eerste vier zegels te voorschijn komen samen door erop te wijzen dat in de eerst vier cultuurperioden van ons tijdperk de intelligentie zo in de mens afdaalde dat het denken nog door geestelijke wezens werd geleid, in de vorm van het schenken van begrippen en ideeen, van imaginaties en intuities. Dit denken stond nog onder de hoede van Michael. Pas in de huidige vijfde cultuurperiode krijgt de mens het gevoel zelf te denken. Als de intelligentie aards wordt en Ahriman het egoistische denken in de vorm van slimheid en sluwheid in de mens aanwakkert, dan ontstaat het denken in systemen die we bij banken, bureaucratieen, universiteiten e.d. aantreffen en waar de persoonlijkheid tot slaaf wordt gemaakt. Maar er speelt een bijzonder gegeven dat  sinds het midden van de Lemurische tijd een deel van het menselijke etherlichaam in de geestelijke wereld werd bewaard dat daarmee niet egoistisch werd maat zelfloos bleef. Dat is alsdus Rudolf Steiner (GA266/I, 7 december 1909) het hoger zelf . Pas de vereniging daarmee maakt ons tot een volledig mens.  En het actief denken, het individuele denken van de mens, met de zelfloze deel van het etherlichaam, geeft de vaardigheid om jezelf te bevrijden van de greep van de intelligentie van Ahriman.

Altaar

Het individuele gereinigde denken, komt ook tot uitdrukking in het andere beeld uit dit vijfde zegel: het altaar. Het altaar is de plaats waar de doden en de opgestane zielen door elkaar weven, aldus Bock. Het is het opwekkende teken dat tegenover de dood en de hel van het vierde zegel wordt geplaatst.

Schult (p.120) legt uit dat wie in het rijk van het bovenzintuiglijke wil doordringen eerst de dood beleeft. Al het hogere geestelijke leven wordt uit de dood geboren, uit de offerbereidheid. Alleen wie zijn leven verliest en zijn lagere ik loslaat, zal het ware leven winnen en geestelijke toegang vinden tot zijn Gods-Ik. Waar de macht van de vale ruiter heerst, waar dood en duivel in de ziel heersen, daar zijn de wijsheidskrachten van de wereld te zwak om de mens te ontrukken aan het rijk van de schaduwen. Liefdeskrachten moeten daar afdalen in het innerlijk van de mens. Alleen door het offer kan de aarde van de afgrond gered worden. Het wereldaltaar wordt opgericht waarop de schepper logos zich als verlossergod voor de gehele kosmos offert. Christus zelf heeft de vier ruiters de mensheid binnen laten rijden. Zij tonen de afdaling van de kosmische intelligentie, het stapsgewijs uitsterven van het hemelse licht van de wijsheid. Christus bestrijdt deze ruiters, de afdalende kosmische intelligentie, niet, maar hij neemt als het ware Lam van de wereld de gebreken van de mensheid op zich, heelt en transformeert ze, waarbij hij tegenover het heersen van het verstand het heersen van het offer stelt.

El  Greco, 1608–1614, Opening van het vijfde zegel, The Metropolitan Museum of Art, New York City,  https://en.wikipedia.org/wiki/Opening_of_the_Fifth_Seal

Schult (p.121) gaat verder in op het altaar dat hij als het brandoffer altaar in de voorhof van de hemelse tempel en tegelijk als een graf kenschetst. Graf en altaar horen samen als offerdood en opstanding. De graven van de eerste getuigen van Christus’ dood ervoer men als altaren. Terwijl het vergankelijke lichaam verviel, schouwde men met geestelijke ogen de zachte schemer van een nieuwe, uit licht geboren, lichamelijkheid. De eigenlijke doodsregio in de dierenriem is Schorpioen. Daar openbaart zich volgens de sumerische overlevering Nabu-Mercurius. Maar boven het teken Schorpioen, boven het rijk van Hades en de doden, verheft zich in de sterrenhemel richting het zuiden het sterrenbeeld van Antares. Zo zijn ook in het hemelse beeldenschrift dodenrijk en altaar met elkaar verbonden.

Het witte kleed

Het vijfde zegel maakt voor ons direct zichtbaar, aldus Schult (p.122), de geestelijke werkelijkheid die verborgen aanwezig was achter de vijfde zendbrief. Tot de gemeente Sardis sprak Christus: ‘Je hebt de naam dat je leeft, maar je bent dood. Wordt wakker en versterk je levensrest, die op sterven ligt.’ De mensen worden opgeroepen tot het overwinnen van de dood, tot geestelijk ontwaken. Ook in de vijfde zendbrief zullen de overwinnaars het witte kleed ontvangen, waarover tevens wordt gesproken in de gelijkenis van de koninklijke bruiloft in het evangelie van Matthéüs. Dit witte kleed is zinnebeeld voor het Gods-Ik dat lichtend schijnt door de omhullingen van het lagere menselijke wezen, voor het ontwaken in de geestelijke wereld. Een goddelijk hoger bewustzijn dringt in de mensen door, maar dit kosmische bewustzijn, aldus Schult, is nog niet in staat leven en lichaam geheel aan de dood te ontrukken. De martelaren ontvangen weliswaar het witte kleed maar het getal van de martelaren moet eerst geheel vervuld worden voor het boze in de wereld kan worden overwonnen. Dit betreft een geloof van de oer-christenheid, aldus nogmaals Schult, dat het lijden van onschuldigen de macht heeft het boze te overwinnen en de wereld te verlossen.

De kabbalistische Levensboom,  http://www.theosofie.net/

Van Egmond voegt hier in zijn lezing van 10 januari 1995 (p.12) aan toe, dat het altaar de troon van de Heilige representeert en dat de Zohar, het leidende kabbalistische boek, zegt dat uit het altaar de zielen van de mensen zijn gehouwen. De mensen keren terug en het witte gewaad is symbool dat zij engel zijn geworden, hemelbewoners. Waarom wordt aangegeven dat hun getal vol moet zijn? De sefira Yesod is de toegangspoort tussen de wereld waarin wij als personen leven, de sefira Malkuth, en de toekomstige wereld, de sefira Tifereth. Om als persoonlijkheid voortdurend in verbinding te staan met de ziel (Ruach) moet een verbindingskanaal tussen Malkuth, Yesod en Tiphereth worden gemaakt. Dat moet tijdens het leven worden ontwikkeld. Dat kanaal correspondeert met de middenkolom in de Levensboom. Wat voor de individuele mens geldt, is ook van toepassing op de mensheid als geheel. Hoe meer zielen die verbinding hebben gemaakt hoe krachtiger de verbinding tussen hemel en aarde, tussen Tifereth en Malkuth, zal zijn. Zie ook dat God Sodom en Gomorra niet zal verwoesten indien er tien rechtvaardigen wonen, dan kan God er zich nog uitdrukken, dan is er nog een brug tussen hemel en aarde mogelijk. De reden dat de martelaren nog niet verder kunnen trekken is dat anders deze brug verbroken zou worden.

Bastiaan Baan (2006, p.79) wijst erop dat het witte gewaad ook de betekenis heeft van het levens- of etherlichaam. Als Christus de mens Jezus van Nazareth doordringt gaat dit witte gewaad, zijn aangezicht, stralen als de zon.