De bazuinen zullen klinken in de slotfase van de huidige incarnatie van onze planeet. De bazuinen kennen hun parallel met de zegels. Met het openen van de zegels wordt de persoonlijkheid van de mens gereinigd, wanneer de bazuinen klinken wordt de ziel van de mens gereinigd (Van Egmond, 10 januari 1995, p. 17). Elke bazuin brengt een scheppend geluid tot klinken dat de werking van een goddelijke handeling heeft die tot gevolgen op de Aarde leidt. Met elkaar brengen ze een drama van de menselijke ziel teweeg, een bitter drama  voor alle schepselen die niet het zonnevuur van liefde en mededogen in hun hart hebben opgenomen.

Bock (p.130-148) merkt op dat bij het klinken tot aan de vierde bazuin er een wereldbrand optreedt, doordat er vuur uit de hemel in verschillende variaties neerstort op aarde. Bij het klinken van de vierde bazuin ontstaat er een andere ontwikkeling waarbij het onheil ook Maan, Zon en sterren aangrijpt, het licht van onze kosmos wordt dan verduisterd als voorteken van wat er hierna aan nog groter drama staat te gebeuren. De vergelijkbare werking van de eerste vier bazuinen is een weerspiegeling van de vier paarden die verschenen bij het openen van de eerste vier zegels.

Schult (p.146) ziet een vurige adem, een stroom van rood vlammend bloed, alle zeven bazuinen doortrekken, waarbij de wereld van het gevoel, het rijk van het zielsmatige, zijn loutering ervaart.

De eerste engel bazuint, Apocalypse, 13de eeuw, bron: http://www.bl.uk/manuscripts/FullDisplay.aspx?ref=Add_MS_35166

Bij het klinken van de eerste bazuin valt een vuurregen op aarde die is vermengd met hagel en bloed. Bock duidt dit als een teken van het gevaar dat het vuur van de begeestering van het verstand in de mens al snel wordt vermengd met een eenzijdige gerichtheid op materiële zaken. Dan ver-ijst het vuur tot hagel omdat het uitzicht op de geestelijk wereld verdwijnt. Dullaart (p.58) duidt dit als het vanuit het fysieke aantasten van het etherische, de groei- en vermenigvuldigingskracht van al het levende. Telkens als het bloed op ongepaste wijze naar buiten treedt, duidt dit op het verloren gaan van levenskracht in de natuur. Hij ziet hierin de uitdaging voor ons denken om de plantenwereld te helpen genezen. Van Egmond (lezing 10 januari 1995, p. 17) laat zien dat het deel van de Aarde dat niet mee opgenomen kan worden, verbrandt tot as.

Schult (p.146) schrijft dat als eerste de aarde, het lichamelijk fysieke, door het reinigende godsgericht wordt getroffen. Hij licht toe dat het hier om het lichamelijk-fysieke wezen van de wereld gaat, voor zover dit na de uitscheiding van het fysieke niveau in het Zegeltijdperk nog een basis heeft op het hogere gebied van het etherische. In het Bazuintijdperk is de kosmos immers niet meer vierledig, maar drieledig: bestaande uit het etherische, astrale en geestelijke. En in de loop van het Bazuintijdperk zal ook het etherische uitgescheiden worden. Ofwel, het derde deel van de kosmos, hier benoemd als de aarde, de bomen en het gras, het levengevende aspect, wordt in de louterende wereldbrand verteerd. Later zal bij de toornschalen de kosmos nog slechts tweeledig zijn, de astrale wereld en de geestelijke wereld. De zeven toornschalen scheiden tenslotte de tweedelige wereld in het ondergaande, de duisternis tegemoet gaande Babylon en het in het licht opstijgende hemelse Jeruzalem, het geestelijke deel. In het vuur en bloed van de eerste bazuin openbaart zich de opvlammende luciferische hartstocht, in de hagel de ahrimanische verharding en verstarring in de menselijke ziel.

Na afloop van het Bazuintijdperk zal de Aarde met die delen die zich daarvoor geschikt gemaakt hebben, omgevormd zijn tot een astraal hemellichaam. Alle wezens die de mogelijkheid gevonden hebben om in hun uiterlijke materiële gestalte het goede, het edele, het  schone uit te drukken zullen dan meegaan. Dat zijn wezens die in hun gelaat het teken van de Christus dragen. Zij zullen de macht hebben om de fysieke materie op te lossen, zodat het opgenomen kan worden in het astrale hemellichaam van de Aarde. En de wezens die dat niet ontwikkeld hebben zullen niet de kracht hebben om het materiële in zich op te lossen en deze materie zal dan behouden blijven en zich verharden en zich afscheiden van de vergeestelijkte Aarde als een apart hemellichaam tijdens de volgende Aarde incarnatie, de Jupiter aarde.