Bij de tweede bazuin treffen we opnieuw het op aarde vallende vuur aan in de vorm van een grote vuurgloed als een brandende berg, met veel onheil als gevolg voor de zee en de bewoners daarvan. Schult (p.146) ziet in de neerstortende berg van vuur weer de combinatie van ahrimanische verharding en opvlammende luciferische hartstocht. Dat de vernietiging dit keer de zee treft duidt er in zijn ogen op dat de etherische levenskrachten door het astrale vuur van de hartstocht van het bloed worden verteerd. Zo wordt het leven van de etherwereld gedood. Bock associeert deze vallende berg meer concreet met de natuurwetenschap die zich alleen op de uiterlijke materie richt en het uitzicht op de wereld van het bovenzinnelijke verspert. Een derde deel van de zee wordt bloed en dieren en  vissen sterven. Dullaart duidt deze gevolgen als een uitdaging om ons gevoel te verbinden met het dierenrijk en dit zo te redden.

Het blazen van de tweede bazuin, tapijt te Angers, 14de eeuw, foto: Remy Jouan