Dan klinkt de zevende bazuin. De belangrijkste opgave van de fysieke aarde is nu volbracht, het toestromen van de liefde in het Ik van de mens die zijn hart heeft geopend, zoals op de Oude Maan de hoofdopgave was het toestromen van de wijsheid, die de mens daarna stap voor stap in de natuur ontdekt. Na het klinken van de laatste bazuin treedt de vergeestelijkte mens het gebied van het hogere bewustzijn binnen. De verlichte koninkrijken van de Aarde treden binnen in de hemel, de astrale wereld.

Er vindt na het blazen van de zevende bazuin een kosmische verschuiving plaats die blijkt uit het hierna volgende beeld van de nieuwe mens. Bij het klinken van deze bazuin bereikt de Aarde haar ontwikkelingsdoel (Steiner, 26 juni 1908) en alles wat nog aanwezig is van het fysieke lichaam begint op te lossen ‘als zout in water’. Wat meegaat in de beweging omhoog is wat aan Manas in de mens is ontwikkeld. Paulus duidde op deze toestand van het gevormde Manas met de woorden: ‘Niet ik, maar de Christus in mij doet alles’. Steiner wijst er verder op dat op dit punt de (astrale) mens en aarde zich weer verbinden met de Zon. De mens heeft in dit vergeestelijkte stadium de maankrachten overwonnen en kan de snelle ontwikkeling die de zonnekrachten teweegbrengen tot zich nemen. Daarmee worden de gebeurtenissen waarbij Zon, Maan en Aarde zich van elkaar losmaakten (in de zogenaamde Lemurische tijd) gespiegeld en verenigen de hemellichamen zich weer, in de geestelijke sfeer.

In Steiners voordrachten over de Apocalypse in 1924 werpt hij nog een heel ander licht op de tijdperken van de zegels en bazuinen. Hier beschouwt hij de werking van de zeven bazuinen niet in het licht van de grote fysieke en astrale ontwikkelingen aan het menselijke wezen, maar vanuit het perspectief van de bewustzijnsziel, het ik (GA 346, p.183 e.v.). De geboorte van de bewustzijnsziel in de vijftiende eeuw is weerspiegeld in het blazen van de bazuinen en mondt uit in het na de zevende bazuin beschreven beeld van de vrouw met de Zon bekleed en de Maan onder haar voeten. De ontwikkeling van de bewustzijnsziel speelt zich parallel af aan de historische gebeurtenissen en Steiner wijst erop dat er vele parallelle processen zijn die vanuit het zevental verlopen, maar hun eigen ritme kennen. Wanneer we naar de bewustzijnsziel kijken is het klinken van de bazuinen niet iets dat ver in de toekomst zal gaan plaatsvinden, na afloop van het Na-atlantische tijdperk, maar leven we nu al op mentaal niveau in een tijd waarin de bazuinen klinken. Voor de bewustzijnsziel is het ‘kleine bazuintijdperk’ begonnen rond de tijd van de kruistochten, en begon de zesde bazuin te blazen in 1843/1844. Op dat moment werd de komende rol van het materialisme beslist door het binnenbreken van ahrimanische machten in menselijke aangelegenheden en werd geprojecteerd wat momenteel als materialisme zich uitleeft. De zevende bazuin is op het niveau van de bewustzijnsziel rond 2000 gaan blazen. Geestelijk gaat de mens dan een volgende stap maken naar het hogere bewustzijn, de aanleg van het Manas.

Getty Apocalypse, de 7e bazuin, waarschijnlijk afkomstig uit Londen, 1255-1260, J. Paul Getty Museum

Wie de ahrimanische beproeving van de Schorpioen centaurs bij de vijfde bazuin weet te doorstaan en de luciferische verzoeking door de vier engelen bij de Eufraat met de vlammenruiters bij de zesde bazuin overwint, die schenkt Michael de teerkost voor de rest van de weg met het goddelijke weten in het sterrenboek. Die kan de graaltempel uitmeten en dood en opstanding ervaren. Dan heeft de geest-adelaar boven de vijf Hades sterrenbeelden van de dierenriem gezegevierd (Schult, p.176).