In het 34ste tekstfragment ontmoeten we opnieuw een iconisch beeld dat twee millennia de Europese cultuur heeft beïnvloed. Michael die strijdt met de draak. In welke katholieke kerk is deze afbeelding niet te vinden als symbool voor de strijd die elk mens in zichzelf heeft te voeren? Maar in de Apocalypse wordt een strijd in de hemel beschreven. Aartsengel Michaël strijdt na het klinken van de zevende bazuin in de hemel met de draak en overwint. Daarmee is, aldus Bock (p.193-197), het ontwikkelingsperspectief voor de mens behouden, maar het gevaar voor de menselijke ziel nog niet geweken. De beproevingen beginnen nu pas echt. Zoals de ‘vrouw met de zon bekleed’ het oerbeeld van het vrouwelijke is, zo is Michaël het oerbeeld van het mannelijke, de vertegenwoordiger van het geestprincipe in het wordingsproces van de wereld dat in staat is de overwinning op de tegenkrachten te behalen. Het geboren knaapje is wel een drager van het geestprincipe, maar tegelijk nog onvolwassen. Als plaatsvervanger voor het menselijke Ik treedt in dit stadium aartsengel Michaël naar voren. De wereldziel en de mensenziel staan tussen draak en aartsengel, tussen het zelfzuchtige ik en het hogere Ik. De aartsengel strijdt tegen de draak, overwint hem en stort hem op de aarde, waar hij nog een tijd werkzaam kan blijven en wij hem in onze ziel moeten overwinnen, dat wil zeggen met onze door verhoogd bewustzijn aangestuurde wil en hart in bedwang leren houden en zo verlossen.

Aartsengel Michaël overwint de draak, 14e eeuws tapijt in kasteel van Anjou (foto Remy Jouan)

Het derde wee bestaat eruit dat satan en zijn engelen op de aarde worden geworpen en hier tegen de mensen strijden. De sterrensferen zijn nu vrij van de macht van satan en daarmee begint de kosmische machtsovername van Christus. Het licht gaat steeds feller schijnen in de duisternis. Aan deze zege van Michael hebben ook de christelijke martelaren deel, die bij de vijfde zendbrief ter sprake kwamen, die hun leven hiervoor gaven. Door het lijden kunnen verstopte kanalen van Gods zegen weer gaan stromen (Schult, p.204). De geestelijke mens verteert het lijden en de dood en ervaart juist daardoor de opstanding. De overwinning van Christus over alle demonen van de planeten en sterrenbeelden is in het heden geen uiterlijk zichtbare werkelijkheid. Dat kan pas plaatsvinden na het klinken van de zevende bazuin, aan het einde van de tijd.

De hemelse strijd van Michael met de draak, die daarna op Aarde wordt voortgezet, is de afgelopen millennia een sleutel motief in de religieuze kunst van Europa. Het is de menselijke zielestrijd, die ook bekend is als de strijd van Sint Joris met de draak. Daarbij is Sint Joris gezeten op een paard en hij redt de dochter van de koning (de menselijke ziel). Opvallend is dat dit beeld al in Egypte gebruikt werd getuige onderstaande afbeelding van Horus die Seth, uitgebeeld als krokodil, doodt.

        

Egyptische afbeelding overwinning van de draak, 4e eeuw na Chr.   

De combinatie met het gezeten zijn op een paard versterkt de boodschap. Alleen de mens die kan heersen over zijn denken, voelen en willen, zoals de ruiter heerst over zijn paard, kan de aanvechtingen van de draak (de driften zijn verbeeld in de ‘buikdieren’ draak, slang of krokodil) in zijn ziel overwinnen. Zo kan hij deze krachten dienstbaar maken aan zijn missie, het redden van zijn ziel, die in de Middeleeuwen werd uitgebeeld als de prinses. Daarna zal hij bewust de geestelijke wereld kunnen binnentreden en de geestelijke wezens van binnenuit ontmoeten.

De draak als mengwezen van Lucifer en Ahriman

De draak die hier wordt bestreden is nog een mengwezen van de duivel en de satan, een mengwezen van Lucifer en Ahriman. Steiner (GA 104a, p.120) geeft nog een andere duiding aan de draak die uit de hemel wordt gestoten. Als de Aarde en de Zon zich weer verenigen in de astrale sfeer en een deel van de mensen meegaat in deze beweging nadat zij hun astrale lichaam hebben gereinigd, verlossen zij daarmee ook een deel van de luciferische wezens. De luciferische wezens die echter niet meegaan naar de Zon blijven in de toestand waarin zij eerder al waren, uitgeworpen in de onderste boze astrale wereld. De luciferische wezens zijn achtergebleven op de Oude Maan waar zij maar gedeeltelijk hun ontwikkeling van een mensheidsfase naar een engelfase hebben afgerond. Een deel van hen zal als onverloste luciferische wezens niet meegaan naar de zonnesfeer.

En de draak achtervolgde de vrouw, 14e eeuws tapijt in kasteel van Anjou (foto Remy Jouan)

Michael

Schult (p.200-203) wijst erop dat dit de enige plaats is in de Apocalypse waar de naam van aartsengel Michael wordt vermeld. Michael betekent: Wie is als God? Met deze roep stootte Michael eens Lucifer in de afgrond toen deze zich boven God wilde verheffen. Zo zal hij ook na het klinken van de zevende bazuin het mengwezen van Lucifer en Ahriman uit sterrenhoogte op de Aarde storten. De Bijbel veronderstelt dat de lezer bekend is met de vele werelden met geestelijke wezens, die positief en negatief op de mensheidsontwikkeling werken. Al deze engelen en demonen zijn klein vergeleken met God, de oergrond van alle dingen, die alle wezens, ook de slechten, hun bestaan geeft (Jes. 45:6). Over de zondeval onder de engelen wordt in de Bijbel weinig vermeld, het wordt bekend verondersteld. Aan de val van Lucifer refereert Jesaja (14: 12-15). De rol van Michael komt naar voren op het moment dat de ontwikkelingen, ook die van de mens, uit het tijdelijke overgaan naar het eeuwige. Zo kan de rol van Michael in verband gebracht worden met de val van Lucifer bij de zondeval van een groep engelen, met de toekomstige strijd met de draak na het klinken van de zevende bazuin,en ook met een werkelijke Godsontmoeting van de mens in de tegenwoordige tijd.

De strijd van Michael met de draak vinden we ook terug in Jesaja 27:1, maar hier als handeling van God zelf. God zal met zijn zwaard opzoeken de Leviathan die een vliegende slang is en de Leviathan die een gewonde slang is en zal de draak in de zee ombrengen. Met de draak in de zee is de draak in de hemeloceaan van de sterrenhoogte bedoeld waar in dit 34ste tekstfragment sprake van is. De vliegende slang duidt op Lucifer en de verwonde slang op Ahriman. Schult ziet bij Jesaja dezelfde demonische triniteit als genoemd in hoofdstuk 12 van de Apocalypse, de draak in de hemelhoogte, en de beesten die in hoofdstuk 13 uit de zee en uit de aarde opstijgen.

Voor dit oergevecht van de strijd met de draak zal de menselijke ziel haar nieuwe inwijding ondergaan, buiten het gezicht van de slang, gedurende ‘drie-en-een halve tijd’, zoals de oude inwijding in drie-en-een-halve dag verliep. Dit getal geeft tevens aan dat we in het midden van de zevenvoudige cyclus zijn aangekomen. Daarna zal een nieuwe zondvloed, een storm van driften en begeerten, de ingewijde mens testen die met zijn nieuw verworven bewustzijn de ‘vleugels’ krijgt om aan de draak te ontsnappen. De jonkvrouw Sophia blijft behoed door de vleugels van de grote arend waarmee zij zich kan verheffen uit de aardse woestijn naar de plek die God haar heeft bereid. Al is er in de Babylonische literatuur sprake van een zondeval en hellevaart van de goddelijke Sophia (Schult, p.197), in de Apocalypse is dit niet het geval. Zij blijft bij haar verblijf op Aarde door God beschermd en rein van zonden. Satan wil met zijn waterstroom het vaste dat de mens zijn houvast geeft wegspoelen, maar de aardegeest verhinderd dat.

In zijn voordracht van 20 september 1924 wijst Steiner erop dat telkens wanneer de schrijver van de Apocalypse een dier ten tonele voert dat eigenlijk  terug te voeren is tot de kracht en werkzaamheid van kometen. In dit verband noemt hij als voorbeeld de Biela komeet die in de negentiende eeuw elke 6-7 jaar verscheen en dreigde in 1933 met de Aarde te zullen botsen. Rond dit jaar begin het ook mogelijk te worden dat door de mensen voor het eerst de etherische Christus kan worden ontmoet, op etherisch niveau wel te verstaan. De schrijver van de Apocalypse voorzag, aldus Steiner, dat voordat deze ontmoeting met Christus ging plaatsvinden eerst de draak zich zou laten gelden in de vorm van een vernietigende botsing met deze komeet. Het liep echter anders. De komeet verscheen in het jaar 1872 in tweeën gespleten en bij de volgende passage in 1879 was er een spectaculaire vonkenregen aan de hemel van komeetsplinters, waarmee de werkzaamheid van het nieuwe tijdperk van tijdgeest Michaël een aanvang nam. Natuurverschijnselen zijn uitingen van geestelijke verschijnselen, illustreert Steiner hiermee. En de strijd aan de hemel tussen goede een kwade krachten speelt zich voor onze ogen af.