Opnieuw krijgen we, nu in het zevende grote beeld, een vooruitblik op wat er na het verklinken van de zevende bazuin zich gaat ontvouwen. Met dit zevende grote beeld wordt de rij van zeven beelden die volgen op het klinken van de zevende bazuin afgesloten. Voordat de overgang naar de volgende spiraalronde ingaat, wordt wat gaat komen al zichtbaar in de zeven engelen die aantreden met de zeven laatste plagen. Zoals de zeven bazuinen voortkwamen uit de opening van het zevende zegel, komen hier de zeven ‘toornschalen’, die later geschilderd zullen worden, voort uit het klinken van de zevende bazuin en de daarmee samenhangende zeven grote beelden.

De toorn van God

Schult (p.255) maakt bezwaar tegen het veel gebruikte woord ‘toorn’ als vertaling van het Griekse ‘thymos’. Hoewel dit een mogelijke vertaling is heeft thymos een veel bredere betekenis: zwellen, in heftige beweging geraken, bruisen, stormen, etc. Het drukt uit begeertegloed, levenskracht, wilskracht. In het kader van de Apocalypse vertaalt Schult het met ‘wilskracht van God’. De zwaarste beproevingen moet de mens doorstaan in het gebied van het fysieke lichaam en de wil. Ook de wijnpersbak staat in verband met Gods wilskracht, die hier is bedoeld om de wil van de mens te louteren en niet om de mens in toorn in ongenade te laten vallen. Dat afwijzende aspect is wel bedoeld in het latere beeld (Op. 16:19) als de hoer van Babylon de beker met de gloedwijn van Gods toorn moet drinken.

De glazen zee

We naderen de troon van God en staan aan de glazen zee. Hier is de nieuwe mensheid verzameld, zij die overwonnen het beest en het beeld en het getal zes-zes-zes. Zij dragen nu de citers Gods en bespelen die. Bock (p.246-248) verduidelijkt dat de glazen zee, waarvan hier sprake is, ons doet denken aan de glazen zee waaruit eerder de harde minerale aarde waarop wij nu leven is ontstaan. Bij de volgende Aarde komt er ook een minerale fase, die echter anders van aard zal zijn dan de harde kristallen Aarde van nu. De komende glazen zee is doortrokken van vuur en vloeibaar.

Overwinnaars staande op de kristallen zee met harpen, Vlaamse Apocalypse, 15de eeuw,  https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Apocalypse_flamande_-_BNF_N%C3%A9erl3_f.16r_Seven_vials.jpg

Schult (p.256-257) herinnert eraan dat het beeld van de glazen zee, dat beschreven wordt bij de afsluiting van de tijd van de bazuinen, ook getoond werd bij de opening van het zevenvoudig verzegelde boek. Hier staan nu de overwinnaars, maar dit keer is de kristallen zee vermengd met vuur. De vuurhemel van God doordringt de kristalhemel. Zoals in het vorige grote beeld gesproken werd van de vloed van het bloed, zo licht de glazen zee hier rood op. Vuurrood is de eigenlijk kleur van de cyclus van de bazuinen. Het witstralende kristal vermengt zich met de rode kleur van het vuur. Wat in het zesde beeld werd voorgesteld bij de communie met de Zoongod door de plantaardige elementen van graan en druiven, wordt hier in het zevende beeld bij de communie met de Vadergod op een hoger plan voorgesteld door de mineraal-fysische elementen van kristal en vuur. De harmonische samenklank van hoofd en hart, geest en ziel, man en vrouw doorwerkt in de androgyne mens hier de schepping tot haar minerale diepte. De geestmens ontrukt ook het, in deze fase, ijle fysieke lichaam aan de dood.

Steiner werpt op 19 september 1924 (GA 346, p.214) nog een ander licht op de glazen zee. Anders dan nu zal het water, dat zich voordoet als vloeistof en sneeuw of ijs, in de toekomst in een andere vorm aanwezig zijn. Er zal zich een glanzende doorzichtige taaivloeibare massa vormen die zomer en winter blijft bestaan en die wordt veroorzaakt door de innerlijke ontwikkelingsdynamiek in de bewustzijnsziel van de mens. Ook deze nieuwe toestand van het water op Aarde duidt Johannes aan met de glazen zee.

Het lofgezang

En het scheppende lied, dat eerst op de harpen van de 24 oudsten werd gespeeld, is nu een lied dat de nieuwe mensheid zelf speelt op de harp van hun hart. Zij zingen het lied van Mozes dat hier tegelijk het lied van het Lam wordt genoemd. Het is het lied van het oude verbond van het volk met God, evenals het lied van het nieuwe verbond, van de Zoongod, die opgestegen is in de sfeer van de Vadergod. Met het afsluiten van het tijdperk van de Bazuinen treedt weer de stilte in, zoals ook het geval was bij het afsluiten van het Zegeltijdperk, waaruit de kracht van een nieuw begin van de komende eoon zal stromen. Zo gaat de Bazuintijd van de inspiratie over naar de tijd van de zeven schalen van de uitgieting van Gods wilskracht, die de fase van de intuïtie inluiden, de wezenlijke eenwording met God.