Bij dit 40ste tekstfragment zijn we beland op de achtste straal van de spiraal, het moment van de transitie naar een volgend hoger bewustzijnsniveau en een volgende cyclus. De geur uit de tempel van de heerlijkheid Gods komt ons al toegewaaid. Is het beeld het kenmerk van de imaginatieve wereld, het geluid, de klank, is het kenmerk voor de inspiratieve wereld. De hier volgende intuïtieve wereld wordt op stoffelijk gebied gekenmerkt door de geuren die ons tegemoet komen. De zeven zendbrieven brachten ons bij het buitenvoorhof van de tempel. De zeven zegels brachten ons in het binnenvoorhof. De zeven bazuinen zijn de weg naar het heiligdom van de tempel. Na het klinken van de zevende bazuin opent zich het Heilige der heilige in de tempel. Uit dit allerheiligste worden nu de zeven schalen van Gods wilskracht baar buiten gedragen. Maar we kunnen het allerheiligste van de tempel, de intuïtieve wereld, nog niet betreden voordat de zeven engelen hun gouden fiolen, of toornschalen, of schalen van goddelijke wilskracht, hebben uitgegoten op Aarde.

Waarheid, liefde en gerechtigheid

De zeven schalen met goddelijke wilskracht maken de mens rijp voor het bestijgen van de berg Sion, tot de eenwording met God, later verbeeldt in het duizendjarige rijk en het nieuwe Jeruzalem (Schult, p.262). In de sfeer van de menselijke illusies verschijnt de goddelijke liefde in de vorm van goddelijke toorn, aldus Steiner, (GA 346, p.217). Werd na het zevende zegel de fysieke wereld verhoogd tot de etherische wereld en na de zevende bazuin de etherische wereld verhoogd tot de astrale wereld, met het uitgieten van de zeven schalen met Gods wilskracht  wordt de astrale wereld overwonnen en verhoogd tot de wereld van de zuivere goddelijke geest. In overeenstemming daarmee beleven we in de zegels een reiniging van het denken, in de bazuinen een loutering van het voelen en in de toornschalen een loutering van het willen. Was de bijpassende kleur voor de zegels wit en voor de bazuinen rood, die voor de toornschalen is zwart (Schult, p.262). Wit is de kleur van het geesteslicht, rood die van het zielevuur en zwart behoort bij het aardse lichaam. Naarmate de Apocalypse voortschrijdt, wordt het voor het licht steeds moeilijker om het duister van de dichter wordende materie te doorlichten. Bij de zegels breekt het licht door wanneer bij het vijfde zegel de martelaren een wit gewaad krijgen. Bij de bazuinen overwint het licht van Michael de machten van de duisternis pas bij het klinken van de zesde bazuin. Bij de toornschalen, zoals zal blijken, wordt de Sofia als de bruid van God pas in het derde beeld bij de zevende schaal met het lichtgewaad bekleed. Deze weg van voortschrijdende ontmaterialisering leidt tegelijk ook tot een steeds verdere verdichting van de geest. Tijdens de weg van het denken naar het voelen en willen, in het omhoog stijgen van het ware tot het schone en vervolgens het goede, dringen we door uit het alleen maar eendimensionale van het denken in de twee- en driedimensionale werkelijkheid van het goddelijke. Zo naderen we steeds dichter de goddelijke Sofia, de boven alle dimensies zijnde wereld van de Heilige Geest in God. Tussen waarheid, liefde en gerechtigheid komt het in het menselijke bewustzijn tot onoverbrugbare tegenstellingen, maar in de beleving van het Heilige, de opgang van de genade-Zon van God, ervaart de mens de overwinning van alle tegenstellingen. Hoe dichter het goddelijke wezen, het van de menselijke ziel onafhankelijke wezen, wordt genaderd, des te meer wordt de goddelijke nabijheid tot een verterend vuur voor het ondermaatse in de mens (Schult, p.264).  De toornschalen brengen daarom de zwaarste beproevingen voor de mens.

De engelen met de zeven toornschalen,  print, 1585, The British Museum, https://www.britishmuseum.org/research/collection_online/collection_object_details.aspx?assetId=1262195001&objectId=1650175&partId=1

Rook Gods

De zeven engelen schrijden in witte gewaden en met een gouden gordel om de borst naar voren uit het allerheiligste van de tempel met de ark van het verbond en krijgen van een van de vier dieren om de troon de toornschalen aangereikt. Werden de zegels geopend door het Lam onder toezien van de 24 oudsten en werden de bazuinen geblazen door de zeven engelen die voor God staan, nu is het een vertegenwoordiger van de vier troonwezens die handelend optreedt. Het toont dat we God, de Albeheerser, naderen. De rook gaat uit van de stralenglans van God. Dezelfde rook namen Jesaja  (Jes. 6:4) en Ezechiel (Ez. 10:3)  bij hun inwijding waar.