De tweede schaal wordt uitgegoten over de zee. De zee staat symbool voor de levenskrachten (het etherlichaam) van mens en aarde. Het bloed dat binnen de mens drager was van het leven, wordt buiten de mens tot teken van de dood. Alle levende en bezielde wezens in de zee sterven. Eens is al het leven op Aarde ontstaan uit de zee, nu wordt het zo weg genomen. Niet een vierde deel zoals bij de zegels, toen de wereld nog uit vier delen bestond: de fysieke, etherische, astrale en geestelijke wereld. Ook niet een derde deel, zoals bij de bazuinen op het moment dat de wereld uit etherische, astrale en geestelijke sferen bestond, maar nu gaat al het leven in de astrale sfeer verdwijnen, zodat alleen de geestelijke sfeer overblijft. Al het leven eindigt hier, wat wil zeggen dat het astrale nu wordt los gelaten en wordt teruggetrokken in het geestelijke. Het astrale vuur van de in het bloed levende hartstocht verteert de nog aanwezige etherische krachten en doodt het leven in de etherwereld om daarna zelf ook te verdwijnen (Schult, p.268).

Het legen van de toornschalen, Matthias Gerung, Ottheinrich-Bijbel, Bayerische Staatsbibliothek, 1530-1532,  https://en.wikipedia.org/wiki/Seven_bowls#/media/File:Ottheinrich_Folio298r_Rev16A.jpg

De parallellen met de bazuinen en zegels worden duidelijk als we ze naast elkaar zetten. Bij het blazen van de tweede bazuin werd een golvende vuurgloed groot als een brandende berg in zee geworpen en een derde van de zee werd bloed en het derde van de schepselen in zee ging ten gronde (tekstfragment 23). Bij het openen van de tweede zegel (tekstfragment 14) komt een vuurrood paard naar voren en de ruiter met een groot zwaard werd gegeven de vrede weg te nemen.  Het illustreert de verheviging van de verschijnselen bij het vorderen van de Apocalypse en het eindigen van het stoffelijke leven.