In het derde visioen na het uitgieten van de zevende toornschaal klinkt, na het vallen van Babylon, viermaal de juichkreet ‘Halleluja!’. De feestelijk toon in dit visioen staat in sterk contrast met het vorige, en het bruist van de veelstemmige hemelse koren. Dit weerspiegelt (Schult, p.296) de kleurenrijkdom van het gelouterde astrale zielewezen, de goddelijke jonkvrouw Sophia, van mens en Aarde. Eerst klinkt tot tweemaal toe Halleluja omdat God de hoer oordeelde en de rook van Babylon opstijgt van eonen tot eonen. Daarna volgen de 24 oudsten en de vier troonwezens met tweemaal een Halleluja, maar hun Halleluja betreft blijdschap omdat nu de bruiloft is gekomen van het Lam met de jonkvrouw die zich heeft gereed gemaakt. Een engelstem uit de troon leidt een derde koorzang en vraagt Johannes de woorden die klinken op te schrijven en Johannes valt voor zijn voeten. Laat dat, zegt de engel, ik ben je mededienaar en een van je broeders. Aanbidt God!

Engel vraagt Johannes de woorden op te schrijven, York Minster, Great East window, John Thornton, 1405-1408, http://www.yorkglazierstrust.org/york-minster/panel-of-the-month/march-2015

Al eerder kwam ter sprake dat Steiner (GA 346, p.158) de eerste twee Halleluja’s toeschrijft aan luciferische engelen die zich verheugen over de val van het ahrimanische Babylon. Bock sluit zich hierbij aan. Deze luciferische engelen streven ernaar om het huwelijk tussen geest en materie, dat met het menszijn is verbonden, te laten mislukken en het materiële rijk van Ahriman te bestrijden. Steiner wijst er op dat vaak het misverstand ontstaat dat tegenover het slechte principe, werkend van onderop,  het goede principe, werkend van bovenaf, wordt gesteld. Maar zo is het niet, zoals dit visioen laat zien. Van onderop werkt Ahriman, die het licht als een zwart gat wil grijpen, en van bovenaf werkt Lucifer die een wereld van schone schijn voortovert. Het Christus-principe belanceert hen beide. Christus is het ware licht, verus Lucifer.

De drie koren

Bij Schult (p.297) wordt op deze plaats geen verwijzing naar luciferische engelen gevonden. Hij benadrukt de drie engelenkoren die te horen zijn. Het eerste koor prijst het oordeel van de Vader-god die Babylon heeft berecht. Het is de wereld van waarheid en gerechtigheid die eeuwig is. Dit in tegenstelling tot de hel die tijdgebonden gerechtigheid vertegenwoordigt als eoon van eonen. Het tweede koor is dat van de 24 oudsten en de vier wezens die staan om de Zoon-god, het Lam, of later verschijnend als de witte ruiter. Samen met de goddelijke Sophia vormen zij het in de gnosis bekende getal van 30 eonen, die de volheid van het goddelijke pleroma voorstellen. Zij laten opnieuw het Halleluja schallen vanuit de troon. Dan, daartoe opgeroepen door een geheimzinnige stem uit de troon, prijst ter afsluiting een derde koor, bestaand uit mensen en engelen, kleine en grote, Aarde en hemel verenigend, God. De klanken vertegenwoordigen een onbeschrijfelijke kracht en bovenaardse bruisende macht. Het derde koor verkondigt dat de koningsheerschappij van Christus over de kosmos is aangevangen en dat de bruiloft van het Lam met de hemelse bruid, de jonkvrouw Sophia, is gekomen. Het is het triomflied van de Heilige Geest. De tijd is vervuld. Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen, zoals het vaak is verkondigd in het Nieuwe Testament.

De bruid

  

Jonkvrouw Sophia, kathedraal Sancta Maria dei Fiori, Forence, foto: Kees Zoeteman

De jonkvrouw die zichzelf gereed heeft gemaakt voor de bruiloft, is een gestalte met vele betekenissen (Schult, p.303). Op deze plaats is zij het tegenbeeld van de hoer van Babylon en stelt zij de gelouterde kosmos voor. Maar ook is zij de kosmische moeder die het Christuskind baart. En aan het einde van de wereld wordt zij de heilige stad Gods, het nieuwe Jeruzalem. De door Maan, Zon en sterren omstraalde Sophia is vanouds het beeld van de goddelijke ideeën, van de oerkosmos en tevens is zij symbool voor de gelouterde geestkosmos aan het einde van de wereldontwikkeling.