In de brief aan de gemeente in Filadelfia wordt een heel nieuwe fase in de mensheidsontwikkeling zichtbaar, de zesde cultuurperiode. De zesde cultuurperiode is een voorafspiegeling van het grote tijdperk dat op het huidige vijfde of Na-atlantische tijdperk zal volgen, het zogenaamde Zegeltijdperk. In de zesde cultuurperiode (3573 – 5733), ook wel de Slavische cultuurperiode genoemd, staat het lentepunt van de zon in het dierenriemteken Waterman. In deze zesde cultuurperidoe treden de mensen, die in onze vijfde cultuurperiode het beste in zichzelf ontwikkeld hebben, het geestelijke leven van wijsheid en liefde binnen. In Filadelfia zal het christendom pas werkelijk gaan floreren (Steiner, GA 92, 156). In tegenstelling tot de eerdere gemeenten is Filadelfia geen oude stad, maar nieuw gesticht in de hellenistische tijd. Deze naam Filadelfia is aan de stad gegeven bij zijn oprichting in 169 voor Christus door koning Eumenes II (197-160) van Pergamon, die hiermee zijn liefde voor zijn broer en opvolger Attalus II (159-138) uitdrukte. De naam van de stad duidt op de broederliefde. Filantropos betekent ‘hij die zijn broeder liefheeft’. En daarmee is ook de verbinding gelegd met het belangrijste kenmerk van de zesde cultuurperiode. In de Filadelfia cultuurperiode zal de Perzische wijsheid van Zarathustra in een nieuwe vorm opduiken. In plaats van in het zintuiglijk waarneembare iets doods te zien, zal men gaan begrijpen dat wat Zarathustra met Ahura Mazdao aanduidde zich overal in de omgeving uitdrukt (Steiner, GA 104a, p.93).

Na de dood van Attalus II kwam Filadelfia als onderdeel van de provincie Asia in Romeinse handen. Tegenwoordig heet Filadelfia Alasehir. De stad is diverse malen door aardbevingen verwoest. De doodskrachten zijn steeds nadrukkelijker aanwezig in Filadelfia en de nog niet beschreven laatste gemeente Laodicea (Schult, p.73). De laatste grote aardbevingen in de tijd van Johannes vonden in Filadelfia plaats in de jaren 17-20. Een klein amfitheater is een van de weinige dingen die resten uit de Romeinse periode. De christelijke gemeente te Filadelfia nam gaandeweg een belangrijke plaats in en heeft zich tot aan begin van de twintigste eeuw weten te handhaven. In de zesde eeuw was Filadelfia een welvarende Byzantijnse stad. Op enkele plaatsen zijn nog resten van de stadsmuren uit die tijd bewaard gebleven. Ook dateert uit deze periode de christelijke St. Johannes basiliek, waarvan enkele grote pilaren nog overeind staan, en die momenteel de belangrijkste archeologische bezienswaardigheid van de stad vormt.

Ruïne van de St Johannes basiliek te Filadelfia, daterend uit de zesde eeuw; foto https://homesecurity.press/quotes/iglesia-de-filadelfia-apocalipsis.html

De ideale gemeenschap

In de zesde brief wordt niet meer bestraffend naar de christelijke gemeente gesproken, maar deze ontvangt de hoogste lof. In Filadelfia ontvouwt de christelijke gemeente het christendom het meest volkomen (Schult, p.74). Wordt Sardis opgeroepen om de denkkrachten om te vormen tot hoger bewustzijn, in Filadelfia voltrekt zich de transformatie van gevoelskrachten naar het levendig worden van de goddelijke liefde, die zich uit in naastenliefde en liefde voor God. Daarom is Filadelfia voor talrijke generaties het ideaalbeeld van de christengemeenschap geworden. Een voorbeeld zijn de quakers die in Engeland werden vervolgd door Cromwell en onder George Fox en William Penn emigreerden naar het vrije Amerika waar zij Philadelphia stichtten als hoofdstad van de staat Pennsylvania.

De sleutel van David

In de zesde cultuurperiode  zal, volgens Steiner (GA 104, p.85), de mens zijn Ik zo ontwikkeld hebben dat hij zelfstandig en in vrijheid anderen met liefde tegemoet kan treden. Door onze sterkere Ik-krachten kunnen we, als we ons ware zelf gevonden hebben, van buiten komende krachten in overeenstemming met onze wil wel of niet in ons toelaten. We kunnen de deur van ons hart openen of sluiten volgens onze wil en niemand kan binnen komen dan wanneer wij dat toestaan. Dat wordt met ‘de sleutel Davids’ bedoeld. Ook wordt de gemeente gewaarschuwd om de kroon van de broederliefde te behouden en bij de verzoekingen die zullen komen deze niet te laten afnemen. Bock (p.68) gaat dieper in op dit gevaar. Als de mensen hun harten openen in deze zesde cultuurperiode kunnen onze broeders (en zusters) in ons hart binnen treden. Maar ook hebben duistere wezens in deze periode steeds meer kracht wat ertoe kan leiden dat onze harten vanuit gevoelens van angst zich sluiten. Hen zal de briefschrijver, Christus, tonen dat hij de mens, die zijn hart bewust opent, liefheeft. Zo machtig en onweerstaanbaar wordt de vloed van genezende liefdeskracht dat ook tegenstanders van Christus, de aanhangers van de satansynagoge, overwonnen worden.

Door de verschillen in keuze begint een scheiding van de mensenzielen zich voor te bereiden. Wie in de broederliefde kan blijven staan zal een voorafschaduwing ervaren van de voor de mens bestemde volgende ontwikkelingsfase. Hierop wordt geduid met het ‘nieuwe Jeruzalem’. Dat is een volgende aarde incarnatie, de Jupiter incarnatie, waar de mens die ‘zijn kroon heeft behouden’ een hogere ontwikkeling gaat doormaken. Schult (p.76) wijst erop dat het beeld van de sleutel van David is ontleend aan Jesaja 22: 20-22: ‘En het zal te dien dage geschieden dat Ik Mijn knecht, Eljakim, de zoon van Hilkia, roepen zal. En Ik zal hem met uw rok bekleden, en ik zal hem met uw gordel sterken, en uw heerschappij zal ik in zijn hand geven; en hij zal de inwoners te Jeruzalem en het huis van Juda tot een vader zijn. En Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen; en hij zal opendoen, en niemand zal sluiten, en hij zal sluiten, en niemand zal opendoen.’ Ook Petrus ontvangt van Christus na de Messias bekentenis de sleutel van het hemelrijk als teken van zijn priesterwijding (Mattheus 16: 19).

Kovacs (p. 55) ziet in Filadelfia de werking van de Mercurius kracht die onder invloed van de Heilige Geest de enkeling die zich heeft afgescheiden van de groepsziel weer verenigt met de gemeenschap.

 

De deur die wordt open gedaan

De brief aan de gemeente Filadelfia ziet Schult (p.76), zoals gezegd, als een soort priesterwijding. De goede herder zegt (Johannes10:9): ‘Ik ben de deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden.’ Ik ben de deur wil zeggen: Mijn Ik is de deur, als iemand door mijn Ik ingaat zal hij vrij in en uit kunnen gaan. Dit is, aldus Schult, dezelfde deur als de deur die in de brief aan Filadelfia wordt genoemd.

De spiegeling met de gemeente Smyrna

Veel woorden die tot de gemeente te Filadelfia worden gesproken, herinneren aan die bij de gemeente Smyrna (Schult, p.79). Maar in Filadelfia is de ontwikkeling verder gevorderd. De gemeente te Smyrna kan de vijandige satansynagoge nog niet de baas, maar die te Filadelfia weet door de Christus kracht de aanvallen van de satansynagoge te weerstaan. Tot Smyrna zegt Christus: ‘Vrees niet voor wat je zult lijden!’ en tegen Filadelfia: ‘Ik zal je bewaren voor het uur van de verzoeking die over de hele wereld zal opkomen.’  En de gemeente te Smyrna krijgt de levenskroon: ‘Wees trouw tot in de dood en ik zal je geven de levenskroon!’, terwijl Filadelfia de levenskroon al draagt en de vermaning krijgt: ‘Houdt wat je hebt opdat niemand je kroon neemt.’

De priesterwijding

Als de mens levende toegang krijgt tot de eigen goddelijke kern, het oerbeeld van zijn wezen, wordt hij vanuit een aanschouwer van het goddelijke wezen tot een die leeft in de goddelijke geest. Op dat moment dringt het hoger zelf transformerend en doorlichtend binnen in de sfeer van de levenskrachten. De groeikrachten worden omgevormd tot levensgeest, Buddhi, en daarmee ontvangt de mens de priesterwijding. Zo wordt ieder die bereid is het pad van waarheid en reiniging te gaan, door de directe geestelijke aansluiting met de kosmische en bovenkosmische Christus, gewijd tot priester (Schult, p.75). Zo ontsluit Christus het algemene koninklijke priesterschap voor de mensheid van de Filadelfia cultuur. In het Johannes evangelie (Johannes 10) legt Jezus uit wat de betekenis van de christelijke priesterwijding is door de beschrijving van het beeld van de Goede Herder. De herder is het beeld van de priesterlijke mens. De goede herder laat zijn leven voor zijn schapen. Zelfloze liefde is de basisvoorwaarde voor elk waarachtig priesterlijk werken.

Het beeld van de zuil in de tempel Gods is ook een verwijzing naar de priesterwijding (Schult, p.80). Wie tot zuil in de tempel wordt gemaakt en de tempel niet meer hoeft te verlaten is daarmee tot priester gewijd. De zuil was in de oudheid het teken van de rechtop staande koninklijk-priesterlijke mens. Dat is het ideaal van de Filadelfia mens.

Het hemelse Jeruzalem

De zuilen in de tempel, de priesterlijk-koninklijke mensen, zullen als namen dragen de naam van de Vadergod, de Zoongod en het hemelse Jeruzalem. Het hemelse Jeruzalem wordt in de Apocalypse ook de bruid genoemd en de Geest. Het hemelse Jeruzalem is de verlichte Aarde en de verlichte Kosmos aan het einde der tijden (Schult, p.80). Dit laatste betekent dat de Kosmos alleen nog als idee bestaat, de Heilige Geest in het aspect van de wereld voltooiing. De naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest staat op elke priesterlijke zuil. De priesterlijk-koninklijke mens zal deelnemen aan het leven van de drievoudige Godheid. In het Ik van de mens openbaart zich de Zoon , in zijn licht geworden (getransformeerde) ziel de Heilige Geest, en in zijn verlichte lichaam de Vadergod. Zo wordt het totale wezen van de mens naar lichaam, ziel en geest opgeheven in het leven van de dievoudigheid van God.

De uiterlijke manifestatie van broederliefde

De brief aan Filadelfia is volgens Schult (p.77) geheel doortrokken van de door broederliefde gekenmerkte priesterlijk-koninklijke geest van de Jupitersfeer. Toch heeft deze christengemeente geringe kracht. In de zesde cultuurperiode verschijnt de christengemeenschap naar buiten als een geringe kracht. Christus zendt zijn jongeren als schapen onder de wolven. De christengemeenschap zal steeds een kleine kudde zijn. ‘Vrees niet, gij kleine kudde, want het is uws Vaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven’ (Lukas 12: 32). Christus schept niet een rijk op Aarde dat groot en machtig en cultureel dominant in de uiterlijke wereld staat. Niet door uiterlijke wilskracht wil hij mensen dwingen hem te volgen omdat dit al de fijnere innerlijke processen in de mens zou verstoren. Maar wie zich opent voor de Christusliefde wordt niet alleen zelf daardoor gelouterd, maar zijn ziel wordt ook doorstraald door het goddelijke geesteslicht dat als stromen levenwekkende kracht naar de mensen en de wereld uitstraalt. Dit gevolg is zo groot dat zelfs de volgelingen van de satansynagoge erkennen dat de christenen te Filadelfia door Christus zijn liefgehad. Tot hen zegt hij: ‘Ik ben in jou en jij bent in mij’ (Johannes 17:23). Steiner (GA 97, p.287) vat het als volgt samen: daar begint de broederschap waar de liefde tussen mensen boven hun meningen staat.

Steiner meldt 24 juni 1908 verder dat deze gemeente van Filadelfia niet een klein groepje mensen zal zijn dat zich over de Aarde zal gaan verspreiden om de toekomst voor te bereiden, maar dat deze gemeente overal op Aarde te vinden zal zijn waar in de zin van het Christus-principe, dat niet aan een christelijk kerkgenootschap is gebonden, gewerkt zal worden.

Schult (p.81) profeteert dat na de ondergang van de westers-christelijke avondlandcultuur er in de zesde Na-atlantische cultuurperiode het Jupiterachtige ideaal van de priesterlijk-koninklijke mens tot een spirituele vernieuwing van religie, kunst en wetenschap zal leiden.

Zie ook lezing Dr Wolfgang Peter https://www.youtube.com/watch?v=rdIf824NmvA